© D&A (atelier de paysage)

De ecozone van Les Docks in Saint-Ouen-sur-Seine: wanneer de openbare ruimte een ecologische, klimatologische en sociale infrastructuur wordt

In dichtbebouwde grootstedelijke gebieden draait de vraag niet langer om of we natuur in de stad moeten integreren, maar om hoe we dat doen. Zo, dat er tegelijk wordt ingespeeld op de klimatologische, sociale en stedelijke uitdagingen. In Saint-Ouen-sur-Seine vormt de Zone d’Aménagement Concerté (ZAC) van Les Docks een toonvoorbeeld van een veeleisende benadering voor de landschappelijke openbare ruimte. Het ‘écoquartier’ is niet louter een groen decor, maar een levende infrastructuur die kan evolueren in de tijd en de stad op duurzame wijze structureert.

Sinds 2020 staat het bureau D&A in voor het landschappelijk ontwerp en de opvolging van de openbare ruimten binnen deze grootschalige ontwikkeling; in samenwerking met Artelia, mandataris van het consortium Séquano voor Métropole du Grand Paris. De oplevering van het plein Dian Fossey, het park Angela Davis en de noordrand van het Grand Parc van Saint-Ouen-sur-Seine in de zomer van 2025, vormde een belangrijke mijlpaal in de transformatie van dit voormalige industriële gebied tot een bewoonde, actieve en veerkrachtige stadswijk.


Een ontwerpvisie op twee schaalniveaus

© D&A (atelier de paysage)

De landschappelijke visie is opgebouwd rond twee complementaire schaalniveaus. Op het niveau van de directe omgeving beantwoorden de pleinen en buurtparken aan dagelijkse gebruiksvormen: ontspanning, spel, sport, flaneren en ontmoeten. Op het grotere schaalniveau van de ZAC en de stad maken deze groenzones deel uit van een structurerend landschappelijk systeem, verbonden met bestaande ecologische netwerken en met de oevers van de Seine.

De gedeelde ambitie met de bouwheer was duidelijk: van deze openbare ruimten echte dragers van sociaal en ecologisch leven maken, die mee evolueren met de sterke stedelijke dynamiek die voortvloeit uit de komst van nieuwe woningen, handelsfuncties en kantoren. Het ontwerp beperkte zich dan ook niet tot een esthetisch antwoord, maar steunde op een doorgedreven reflectie over gebruik, bodem, klimaat en biodiversiteit.

Deze aanpak werd gevoed door een publiek participatietraject onder leiding van de stad, waardoor de verwachtingen van zowel bestaande als nieuwe bewoners konden worden geïntegreerd. Multisportterreinen, speelzones, picknickplaatsen, beschaduwde open plekken en zachte verbindingen vormen samen een inclusief landschap, ontworpen voor een brede waaier aan gebruikers en gebruikstijden.

Bodem en water als matrix van het project

© D&A (atelier de paysage)

Klimaatadaptatie vormt een van de rode draden doorheen het project. De eerste hefboom daarbij was de bodem. Klassieke harde bestrating werd bewust beperkt tot de noodzakelijke circulatieroutes en zones voor spel en sport. Het overgrote deel van de oppervlakken werd uitgevoerd als doorlatende en levende bodems, die een diffuse infiltratie van regenwater mogelijk maken voor elk afzonderlijk plein.

Deze strategie beperkt oppervlakkige afstroming, draagt bij aan de aanvulling van de bodemvoorraden en sluit aan bij een hydrologische werking die dichter bij natuurlijke cycli ligt. In combinatie met een sterke vegetatieve aanwezigheid stimuleert dit de evapotranspiratie en de verkoeling van de lucht, waardoor de gevoelstemperatuur tijdens hitteperiodes daalt. Natuur wordt hier dus niet opgevat als ornament, maar als klimatologische infrastructuur. Pleinen en parken functioneren als echte stedelijke koelte-eilanden en bieden tegelijk geschikte habitats voor biodiversiteit in een dichtbebouwde context.

Pleinen en parken functioneren als echte stedelijke koelte-eilanden en bieden tegelijk geschikte habitats voor biodiversiteit in een dichtbebouwde context.

Een vegetatiestrategie gericht op 2050

De vegetatiekeuze – zowel wat betreft soorten als variëteiten – is opgesteld op basis van klimaatscenario’s voor 2050 en een gedetailleerde analyse van bodem, blootstelling en gebruik. De keuze voor hoofdzakelijk inheemse soorten uit de regio Île-de-France versterkt de weerbaarheid van de beplanting tegen droogte en hitte, en ondersteunt tegelijk lokale ecologische verbindingen. Al meerdere jaren stelt D&A de klassieke stedelijke modellen met geïsoleerde bomen of sporadische bomenrijen in vraag. In Saint-Ouen kreeg deze reflectie concreet vorm via de toepassing van het concept stedelijke bosbouw, zoals theoretisch uitgewerkt door David Nowak, waarbij het volledige bomenbestand wordt beschouwd als een bosachtig ecosysteem.

© D&A (atelier de paysage)

Specifiek vertaalt zich dat in hoge plantdichtheden in zones die bewust niet toegankelijk zijn voor het publiek. Deze zones combineren verschillende vegetatielagen: bodembedekkers, struiklaag, jonge boompjes en hoogstambomen. Deze gelaagdheid creëert microklimaten, beschermt de bodem tegen uitdroging en genereert een grote diversiteit aan habitats. Er werd gewerkt met een gemengde planttechniek, waarbij bosplantsoen in hoge dichtheid (ongeveer twee stuks per vierkante meter) wordt gecombineerd met bomen van middelgrote maat (stamomtrek 16/18 tot 20/25), geplaatst op afstanden van vijf tot zes meter. Deze strategie verzoent een onmiddellijk leesbaar landschappelijk effect met een langetermijnbosdynamiek gebaseerd op natuurlijke selectie. Het landschap wordt zo opgevat als een evolutief proces, met een rijke seizoensbeleving: bloei, vruchtzetting, bladveranderingen en een geleidelijke rijping van de ruimtes.

Materialen, circulariteit en constructieve soberheid

De keuze van materialen en technieken past binnen een bewust sobere, verantwoordelijke en pragmatische aanpak, ontwikkeld in nauwe samenwerking met de uitvoerende bedrijven vanaf de voorbereidende fases. Doel was het toepassen van duurzame, robuuste en economisch beheersbare oplossingen, met een zo klein mogelijke milieu-impact. Dat vertaalt zich onder meer in het gebruik van ‘technosols’, groeibodems kunstmatig samengesteld uit uitgegraven grond van sloopwerven. Deze aanpak beperkt de aanvoer van teelaarde – vaak afkomstig uit landbouw- of natuurgebieden – en garandeert tegelijk de ondersteuning van het functionele plantgoed.

© D&A (atelier de paysage)

In het park Angela Davis zijn de granieten kasseien afkomstig uit hergebruikte partijen van andere projecten. De keuze voor hergebruik van natuursteen werd ingegeven door de intrinsieke kwaliteiten ervan: robuustheid, lange levensduur en een patina die mooi veroudert in de openbare ruimte. Het straatmeubilair, ontworpen in samenwerking met het bedrijf 100 Détours, geeft een tweede leven aan oude raamkozijnen. Uitgevoerd in houtklasse 3 of 4 is het demonteerbaar, herstelbaar en ontworpen voor intensief gebruik. Deze aanpak vereenvoudigt het langetermijnonderhoud, beperkt afvalstromen en zorgt tegelijk voor een herkenbare en eigen esthetiek.

Gebruik, beheer en tijd

© D&A (atelier de paysage)

Sinds de opening kennen de openbare ruimten een snelle toe-eigening door de gebruikers. Vrij toegankelijke multisportzones, met name in het park Angela Davis en de noordrand van het Grand Parc, spelen een structurerende rol in het dagelijkse leven van de wijk en stimuleren intergenerationeel gebruik.

Beheer maakt integraal deel uit van het project. De groenzones vallen momenteel nog onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerende aannemer, om een goede inworteling van de beplanting en stabilisatie van de bodems te garanderen. Sommige grote grasvelden blijven voorlopig ontoegankelijk; hun gefaseerde openstelling is voorzien tegen de zomer van 2026. Deze bewuste temporaliteit weerspiegelt een sterke overtuiging: de ecologische en landschappelijke performantie van een openbare ruimte wordt opgebouwd in de tijd. Tijd wordt hier een volwaardig projectmateriaal.

Innovatie, lessen en reikwijdte van het project

© D&A (atelier de paysage)

Het project van Les Docks fungeert als een echt openluchtlaboratorium. Het toont aan dat hergebruik en circulariteit operationeel haalbaar zijn, op voorwaarde dat grondstoffenstromen tijdig worden ingeschat, variabiliteit wordt aanvaard en een nauwe dialoog met uitvoerende bedrijven wordt gevoerd.

Daarnaast bevestigt het project de meerwaarde van dichte, gelaagde beplantingen voor het versterken van de klimaatrobuustheid van openbare ruimten.
Tot slot onderstreept het dat innovatie in landschapsontwerp niet uitsluitend in technologie schuilt, maar in het evolueren van praktijken, werkmethodes en denkbeelden.

Het project Les Docks vormt een inspirerend model voor stedelijke projecten die geconfronteerd worden met hedendaagse klimaatuitdagingen.

In Saint-Ouen groeit de landschappelijke openbare ruimte zo uit tot een hefboom voor ecologische en sociale transitie, en vormt ze een inspirerend model voor stedelijke projecten die geconfronteerd worden met hedendaagse klimaatuitdagingen.

© D&A (atelier de paysage)
© D&A (atelier de paysage)

Tekst en foto’s: D&A (atelier de paysage)