© Koninklijke Ginkel Groep

Van plan naar praktijk: hoe eigenaarschap en slim waterbeheer leiden tot toekomstbestendige tuinen

Droogte, piekbuien en strengere regelgeving dwingen de groensector om anders te denken over water. Niet als restprobleem, maar als sturend ontwerpinstrument. Tijdens Meesters in de Tuin 2025 maakte Theo van den Dikkenberg (Koninklijke Ginkel Groep) duidelijk dat toekomstbestendige tuinen beginnen bij één fundamenteel principe: eigenaarschap. Wie vandaag een ontwerp tekent of uitvoert, moet zich afvragen wie zich over twintig jaar nog verantwoordelijk voelt voor het resultaat. In dit interviewartikel vertalen we zijn visie naar concrete lessen voor tuinaannemers, ontwerpers en groenprofessionals.

Eigenaarschap als ruggengraat van duurzame projecten

In veel groenprojecten zijn meerdere partijen betrokken: opdrachtgever, tuin- of landschapsarchitect, adviseur, hovenier en onderhoudsploeg. Volgens Van den Dikkenberg schuilt daar meteen een risico. “Als iedereen een stukje doet, voelt soms niemand zich echt verantwoordelijk voor het eindresultaat.” Eigenaarschap betekent voor hem dat één partij – of één geïntegreerd team – zich verantwoordelijk voelt voor het volledige traject: van initiatief en ontwerp tot realisatie en langdurig onderhoud. Niet alleen voor het esthetisch beeld bij oplevering, maar voor het functioneren van het systeem op lange termijn.


© Koninklijke Ginkel Groep

Die gedachte vraagt om een andere manier van samenwerken. Niet lineair, maar integraal. Ontwerp, techniek en beheer moeten vanaf het begin samen worden bekeken. “De hovenier maakt niet gewoon wat er getekend staat”, zegt hij. “Hij is mede-ontwerper van het systeem. Technisch, ecologisch en praktisch.”

Van ontwerp naar uitvoering: waar gaat het vaak mis?

In de praktijk ziet Van den Dikkenberg dat goede ontwerpen hun kwaliteit verliezen in de uitvoeringsfase. Details worden vereenvoudigd, systemen aangepast aan budget of planning, en onderhoud wordt te laat betrokken. “Dan krijg je tuinen die op papier duurzaam zijn, maar in werkelijkheid niet functioneren.” Een sleutel is volgens hem het doorbreken van de klassieke rolverdeling. Architecten moeten meer technische kennis durven integreren, hoveniers meer ontwerpend denken. Niet naast elkaar werken, maar als één team met gedeelde doelstellingen. Dat vraagt ook om andere contractvormen. In plaats van afzonderlijke bestekken pleit hij voor geïntegreerde overeenkomsten, waarin ontwerp, realisatie en onderhoud samen worden vastgelegd. “Wie het onderhoud niet meeneemt in het ontwerp, ontwerpt onvolledig.”

© Koninklijke Ginkel Groep

In plaats van afzonderlijke bestekken pleit Van den Dikkenberg voor geïntegreerde overeenkomsten, waarin ontwerp, realisatie en onderhoud samen worden vastgelegd.

Regenwateropvang: rekenen vanuit het beplantingsplan

Een belangrijk deel van Van den Dikkenbergs lezing ging over regenwateropvang in particuliere tuinen. Opvallend daarbij: de berekening start niet vanuit het dak, maar vanuit het beplantingsplan. “Planten bepalen de watervraag. Pas daarna kijk je hoeveel water je moet bufferen en hergebruiken.” In zijn casus wordt gewerkt met extreme buien, waarbij 60, 90, 120 tot zelfs 150 millimeter regenwater per uur valt. Dat zijn geen theoretische cijfers meer, maar reële scenario’s in het huidige klimaat. Door vraag en aanbod per maand in kaart te brengen, wordt zichtbaar in welke periodes tekorten ontstaan en welke bergingscapaciteit nodig is.

© Koninklijke Ginkel Groep

Door vraag en aanbod per maand in kaart te brengen, wordt zichtbaar in welke periodes tekorten ontstaan en welke bergingscapaciteit nodig is.

In de gepresenteerde case leidde dat tot een duidelijke keuze: niet één, maar twee betonnen tanks van 20 kubieke meter. Niet omdat het maximaal kon, maar omdat de ambitie van de klant en de functionele noodzaak samenvielen. “Wateropslag is geen gadget”, benadrukt hij. “Het is infrastructuur.”

Van cijfers naar begrijpelijke plannen

Een vaak onderschatte uitdaging is de vertaalslag naar de klant. Tabellen, grafieken en maandbalansen zeggen weinig voor een particuliere bouwheer. De kunst bestaat erin om complexe berekeningen om te zetten in heldere keuzes: één of twee tanks, infiltreren of hergebruiken, bufferen of afvoeren.

© Koninklijke Ginkel Groep

De kunst bestaat erin om complexe berekeningen om te zetten in heldere keuzes: één of twee tanks, infiltreren of hergebruiken, bufferen of afvoeren.

Volgens Van den Dikkenberg moeten hoveniers en architecten niet allemaal hydrologen worden. Wel moeten ze de logica begrijpen. “Je hoeft niet elke formule zelf te ontwikkelen, maar je moet weten wat je vraagt aan je adviseur en waarom.” Dat maakt van waterbeheer een volwaardig ontwerpthema, geen technisch bijproduct. Tuinen worden zo actieve systemen die regenwater vasthouden, hergebruiken en vertraagd afvoeren.

Waterbesparing bij zwembaden en zwemvijvers

Ook bij zwembaden en zwemvijvers liggen grote besparingskansen. Van den Dikkenberg toonde het Biotop Watersaver-systeem, dat leidingwaterverbruik voor bijvulling sterk kan beperken. Door slim om te gaan met spoelwater en verdamping, kan de jaarlijkse watervraag drastisch dalen. Belangrijk is dat zulke systemen niet enkel voor grote projecten geschikt zijn. Ook in particuliere tuinen kunnen eenvoudige ingrepen al een groot verschil maken: afdekking tegen verdamping, hergebruik van spoelwater, koppeling met regenwateropvang.
“Een zwemvijver is geen los object”, zegt hij. “Het is onderdeel van een watersysteem in de tuin.”

De rol van de tuinaannemer

Voor tuinaannemers betekent dit alles een duidelijke rolverschuiving. Niet langer enkel uitvoerder, maar mede-ontwerper van systemen. Waterbeheer wordt een kerncompetentie, naast beplanting en verharding. Van den Dikkenberg pleit ervoor dat elke hovenier basiskennis opbouwt over infiltratie, buffering en hergebruik. Niet om alles zelf te berekenen, maar om volwaardig gesprekspartner te zijn in het ontwerpproces. “Wie water niet begrijpt, verliest een essentieel deel van zijn vak.”

© Koninklijke Ginkel Groep

Van den Dikkenberg pleit ervoor dat elke hovenier basiskennis opbouwt over infiltratie, buffering en hergebruik.

Water als toetssteen van kwaliteit

Aan het einde van zijn verhaal keert Van den Dikkenberg terug naar eigenaarschap. Wie waterbeheer ernstig neemt, toont volgens hem vakmanschap. Niet omdat het moet van de regelgeving, maar omdat het de kwaliteit van projecten bepaalt.

“Een tuin die over twintig jaar nog functioneert, is het resultaat van keuzes die je vandaag maakt.” In die zin wordt water de ultieme toetssteen van een duurzaam ontwerp: onzichtbaar bij oplevering, maar bepalend voor het succes op lange termijn.

Wie is Theo van den Dikkenberg? 

Theo van den Dikkenberg is adviseur binnen het private domein van de Koninklijke Ginkel Groep en gespecialiseerd in het luxe segment van tuinen en natuurlijke zwembaden. In zijn dagelijkse praktijk beweegt hij zich op het snijvlak van ontwerp, techniek, uitvoering en beheer. Die positie is typerend voor de Ginkel Groep, die niet alleen adviseert, maar ook als aannemer instaat voor de realisatie van grote en specialistische tuinprojecten.

In de voorbije jaren doorliep hij talloze trajecten van eerste schets tot langjarig onderhoud. Niet als klassieke projectleider, maar als inhoudelijk adviseur die mee nadenkt over systeemkeuzes: hoe wordt water gebufferd en hergebruikt, hoe blijven beplantingen functioneren bij droogte, hoe voorkom je dat duurzame ambities stranden in de uitvoeringsfase. Precies die integrale blik maakt hem tot een veelgevraagd gesprekspartner in complexe tuin- en waterprojecten. Binnen de Ginkel Groep werkt Theo vooral in projecten waar hoge esthetische verwachtingen samengaan met technische complexiteit: particuliere tuinen met grote waterpartijen, zwemvijvers, infiltratiesystemen en geïntegreerde regenwateropvang. Doordat het bedrijf deze projecten ook zelf uitvoert, worden ontwerpkeuzes voortdurend getoetst aan maakbaarheid, planning en onderhoud op lange termijn. Daarbij zoekt hij steeds de vertaalslag tussen berekeningen en praktijk, tussen modellen en maakbaarheid.

© Koninklijke Ginkel Groep

Tekst: Manuel Lub
Foto’s: Koninklijke Ginkel Groep