© Beeldbank van de Leefomgeving

Landschap als basis voor natuurinclusief bouwen: in gesprek met prof. dr. ing. Steffen Nijhuis (TU Delft)

Natuurinclusief bouwen is een term die steeds vaker naar voren komt in de discussie over duurzame stedelijke ontwikkeling. Maar wat houdt het precies in en waarom is het belangrijk? We spraken met prof. dr. Steffen Nijhuis, hoogleraar Landscape-based Urbanism en hoofd van de sectie Landschapsarchitectuur aan de TU Delft, om zijn visie te horen over natuurinclusief bouwen en het gebruik van het landschap als basis voor deze benadering.

De essentie van natuurinclusief bouwen

Volgens Nijhuis is verstedelijking een van de grootste uitdagingen van onze tijd. Vaak ligt de focus bij nieuwe bouwprojecten op het creëren van woningen en infrastructuur, waarbij de natuurlijke omgeving een ondergeschikte rol speelt. Toch is natuur cruciaal, niet alleen voor ons welzijn en onze gezondheid, maar ook voor klimaatadaptatie. “We zijn afhankelijk van onze natuurlijke omgeving”, benadrukt Nijhuis. “Natuur kan helpen bij het opvangen van regenwater, het verminderen van hittestress en het vergroten van biodiversiteit. Het is niet langer een luxe, maar een noodzaak.” Natuurinclusief bouwen houdt in dat natuur wordt geïntegreerd in onze bebouwde omgeving. Niet als een toevoeging achteraf, maar als een essentieel onderdeel van het ontwerp. “Het gaat erom dat we natuur zien als een onmisbaar element in onze steden en dorpen, dat bijdraagt aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier”, legt Nijhuis uit.


Natuurinclusief bouwen houdt in dat natuur wordt geïntegreerd in onze bebouwde omgeving. Niet als een toevoeging achteraf, maar als een essentieel onderdeel van het ontwerp.

© Beeldbank van de Leefomgeving

Landschap als basis

Nijhuis is een voorstander van het gebruik van het landschap als basis voor natuurinclusief bouwen. Hij stelt dat het landschap een systemische context biedt waarin groene oplossingen duurzaam kunnen worden geïntegreerd. “Veel groenoplossingen functioneren als geïsoleerde eilandjes, los van hun omgeving. Dit maakt ze kwetsbaar voor veranderingen. Wanneer je echter aansluit bij een groter landschappelijk systeem, kan dat systeem veranderingen beter opvangen en kan het groeien”, legt Nijhuis uit. Een concreet voorbeeld hiervan is watermanagement. “Als je water opvangt in een klein gebied, kan dat snel vol raken en problemen veroorzaken. Maar als dat water deel uitmaakt van een groter systeem, kan het zich verspreiden en opgevangen worden. Hetzelfde geldt voor groen. Een verbonden groenstructuur kan verschillende habitats ondersteunen, wat de biodiversiteit en veerkracht van het systeem vergroot.”

Toepasbaarheid op verschillende schaalniveaus

Hoewel het idee van landschapsgebaseerde stedelijke ontwikkeling vaak geassocieerd wordt met grote projecten, benadrukt Nijhuis dat het toepasbaar is op verschillende schaalniveaus. “Zelfs in je eigen achtertuin kun je nadenken over de bodemsoort en de waterhuishouding. Wat is de originele vegetatie van het gebied? Zijn er historische landschappelijke structuren die je kunt gebruiken? Deze kennis kan helpen bij het ontwerpen van een tuin die niet alleen mooi is, maar ook functioneel en duurzaam.” Voor tuinontwerpers en landschapsarchitecten is het belangrijk om de context waarin ze werken te begrijpen. “Denk na over de bodemstructuur, de waterhuishouding en de lokale flora en fauna. Het gaat er niet per se om dat alles inheems moet zijn, maar wel dat je de natuurlijke context respecteert en benut.”

Voor tuinontwerpers en landschapsarchitecten is het belangrijk om de context waarin ze werken te begrijpen.

© Beeldbank van de Leefomgeving

Inheems versus uitheems

Het debat tussen inheemse en uitheemse beplanting speelt een belangrijke rol in natuurinclusief bouwen. Nijhuis is echter genuanceerd in zijn visie. “Wat vandaag uitheems is, kan morgen inheems zijn. Door klimaatverandering zien we dat bepaalde plantensoorten en dieren zich naar het noorden verplaatsen. Het is daarom verstandig om bij het kiezen van beplanting rekening te houden met deze verschuivingen.” Hij benadrukt dat het gebruik van uitheemse planten geen probleem hoeft te zijn, zolang het maar goed doordacht is. “Soms kunnen uitheemse planten beter gedijen in de veranderende klimaatomstandigheden dan de oorspronkelijke inheemse soorten. Het is belangrijk om vooruit te denken en je keuzes daarop af te stemmen.”

Niveaus van natuurinclusief bouwen

Nijhuis spreekt over drie niveaus van natuurinclusief bouwen: systeemniveau, biotoopniveau en soortniveau. Elk niveau biedt verschillende benaderingen om natuur te integreren in de bebouwde omgeving.
· Soortniveau: Dit niveau richt zich op het aantrekken van specifieke dieren, zoals vogels, insecten of zoogdieren. In Rotterdam is er bijvoorbeeld een initiatief waarbij bijen als uitgangspunt worden genomen om groenstructuren te ontwerpen. “De bij heeft een specifieke habitat nodig, die niet alleen goed is voor de bij, maar ook andere soorten kan ondersteunen”, legt Nijhuis uit. Door te ontwerpen voor een specifieke soort, creëer je indirect een leefomgeving voor een breder scala aan dieren.
· Biotoopniveau: Dit niveau richt zich op het nabootsen van natuurlijke habitats. “Als je bijvoorbeeld aan de duinrand werkt, kun je een duinhabitat nabootsen in je ontwerp”, legt Nijhuis uit. Dit kan gecombineerd worden met ornamentele beplanting, zodat het ontwerp zowel functioneel als esthetisch is. Een mooi voorbeeld hiervan is de heemtuin, waarin soorten worden gebruikt die passen bij de natuurlijke omgeving.
· Systeemniveau: Op dit niveau wordt gekeken naar het grotere landschappelijke systeem en hoe verschillende groene elementen verbonden kunnen worden. “Door groene structuren te verbinden, kun je migratie van dieren mogelijk maken en grotere ecologische netwerken creëren”, aldus Nijhuis. Dit zorgt niet alleen voor meer biodiversiteit, maar maakt ook het systeem veerkrachtiger tegen veranderingen zoals klimaatverandering.

© Beeldbank van de Leefomgeving

Toepassing in stedelijke en landelijke gebieden

Nijhuis is van mening dat deze drie niveaus van natuurinclusief bouwen toepasbaar zijn in zowel stedelijke als landelijke gebieden. “In een stedelijke context kun je nadenken over hoe bijvoorbeeld een tuin bijdraagt aan de groenstructuur van de wijk. Als je een tuin aan de rand van de stad ontwerpt, kun je nadenken over hoe die tuin aansluit bij het agrarische landschap. Het gaat erom dat je een tuin, park of groenstructuur niet als een op zichzelf staand project ziet, maar als onderdeel van een groter systeem.”

“Het gaat erom dat je een tuin, park of groenstructuur niet als een op zichzelf staand project ziet, maar als onderdeel van een groter systeem.”

Een goed voorbeeld hiervan is een project in de wijk waar Nijhuis zelf woont, aan de rand van Bussum. “Door een groene corridor die onze wijk in loopt, hebben we bepaalde vleermuizen- en vlindersoorten die normaal niet in de stad voorkomen. Doordat de beplantingsstructuur en gebouwen zo zijn ontworpen dat ze habitats ondersteunen, zien we een toename in biodiversiteit.”

© Beeldbank van de Leefomgeving

Identiteit en veerkracht

Naast het vergroten van de biodiversiteit en het veerkrachtiger maken van groene structuren, biedt het gebruik van landschappelijke context ook een belangrijke esthetische meerwaarde. “Veel moderne steden en dorpen zien er hetzelfde uit, omdat er gebruik wordt gemaakt van standaardoplossingen”, zegt Nijhuis. “Maar door de landschappelijke context als inspiratie te gebruiken, kom je tot ontwerpen die een lokale kleuring hebben en die een plek een eigen identiteit geven. Dit maakt de omgeving niet alleen interessanter, maar ook herkenbaar en uniek.”

Conclusie

Natuurinclusief bouwen biedt een duurzame en veerkrachtige benadering van stedelijke ontwikkeling, waarbij de natuurlijke omgeving een centrale rol speelt. Door het landschap als basis te gebruiken, kunnen we groene structuren creëren die niet alleen bijdragen aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, maar ook aan de identiteit van onze steden en dorpen. Zoals prof. dr. Steffen Nijhuis aangeeft: “Het gaat niet alleen om het creëren van een mooi plaatje, maar om het bouwen van systemen die ons op lange termijn ondersteunen en veerkrachtig maken tegen de uitdagingen van de toekomst.”

© Beeldbank van de Leefomgeving
© Beeldbank van de Leefomgeving

Tekst: Manuel Lub
Beeldmateriaal: Beeldbank van de Leefomgeving