Interview met Martin Hermy over verticaal groen in de klimaatbestendige stad: “Maak veel meer gebruik van klimplanten”
Na zijn lezing over de veelzijdigheid van klimmend groen voor het CG Concept Theater tijdens Meesters in de Tuin 2025, spraken we met professor-emeritus Martin Hermy (KU Leuven). In dit gesprek gaat hij dieper in op zijn persoonlijke drijfveren, de kansen en valkuilen van klimplanten, en de rol die verticaal groen kan spelen in de klimaatbestendige stad.
Van bioloog tot klimplantenexpert
Hermy omschrijft zichzelf in eerste instantie als bioloog en plantkundige, al begon zijn loopbaan ooit bij vogels. “Ik ben gaandeweg in natuurbeheer terechtgekomen. Mijn doctoraat ging over bossen, maar vanaf midden jaren negentig gaf ik ook les in groenbeheer aan de KU Leuven. Dat bestond nog niet als vak, dus ik moest het eigenlijk zelf vormgeven. En ik vond dat ik niet enkel boekenwijsheid kon brengen: ik wilde de planten ook zelf leren kennen. Dus begon ik soorten te verzamelen, beurzen en tuinen te bezoeken, en zelf te kweken.”
Die persoonlijke passie voor planten mondde uit in een reeks boeken over bossen, natuurbeheer, kruidachtige soorten en recent in het standaardwerk Klimmend Groen. “Ik zie dat tuinen kleiner worden, appartementen toenemen en bomen vaak geen optie meer zijn. Klimplanten bieden dan wél mogelijkheden, ook voor particulieren die zelf aan de slag willen. Dat idee was de aanleiding voor dit boek.”
Waarom klimplanten zoveel te bieden hebben
Klimplanten nemen weinig plaats in en zijn daarom een oplossing bij stedelijke verdichting. Hermy: “Eén tegel van dertig op dertig centimeter wegnemen, is vaak al genoeg om een structuur neer te zetten die qua bladoppervlak vergelijkbaar is met een boom.” Daarmee kunnen gevels vergroend worden zonder dat de ventilatie of doorstroming van lucht in smalle straten in het gedrang komt.
“Letterlijk één tegel van dertig op dertig centimeter wegnemen, is vaak al genoeg om een structuur neer te zetten die qua bladoppervlak vergelijkbaar is met een boom.”
Behalve ruimtewinst leveren klimplanten ook ecosysteemdiensten. Hermy noemt ze ‘culturele diensten’: sierwaarde, geur, bloemen, herfstkleuren en vruchten. Maar ook functionele diensten zijn belangrijk: verkoeling, luchtzuivering en habitat voor vogels en insecten. “Klimop bijvoorbeeld bloeit laat in het jaar en is daardoor een magneet voor insecten. In de winter leveren de bessen voedsel voor merels en bosduiven, en dicht begroeide gevels bieden nestgelegenheid voor mussen.”

De juiste klimhulp kiezen
Volgens Hermy gaan veel projecten mis omdat er verkeerde klimhulpen worden toegepast. “Ik herinner me een project in Mechelen met een prachtige roos van de Belgische kweker Louis Lens. Die had men tegen een verticale draad gezet. Dat gaat niet. Klimrozen hebben in de eerste plaats horizontaal gerichte draden nodig, zodat ze ertegen kunnen leunen. Dat soort mismatches zie je vaker.”
Ook in tuincentra ziet hij voorbeelden van fout gebruik. “Die uitschuifbare, accordeonachtige klimhulpen: zet daar een houtige klimplant op, en na vijf jaar is dat kapot. Voor eenjarige soorten kan het, maar niet voor robuuste klimmers.” Zijn advies is helder: denk vooruit. Kies materialen die minstens zo lang meegaan als de plant, voorzie de juiste afstand tot de gevel, en hou vanaf het begin rekening met onderhoud.
Kies materialen die minstens zo lang meegaan als de plant, voorzie de juiste afstand tot de gevel, en hou vanaf het begin rekening met onderhoud.
Onderhoud: noodzakelijk en vaak onderschat
Een misvatting is dat klimplanten geen onderhoud vragen. Hermy benadrukt dat snoeiwerk altijd nodig is. “Een blauweregen moet je zeker twee keer per jaar stevig snoeien. Laat je hem ongecontroleerd groeien, dan neemt hij alles over en krijg je hem nooit meer los van de constructie.” Een interessante tip komt van blauweregenspecialist Marc Libert, collectiehouder van de Gentse universitaire plantentuin: “Hij raadt aan om een blauweregen het eerste jaar te ontwinden. Dan zijn de jonge scheuten nog soepel. Als je hem meteen rond een steun laat draaien, zit hij er na vijf jaar letterlijk mee vergroeid. Ontwinden en later opnieuw vastbinden maakt hem beheersbaar. Dat soort kennis is cruciaal, maar vaak onbekend bij particulieren én professionals.”
Innovaties: containergroen, plantenmuren en mosgraffiti
We vroegen Hermy naar nieuwe vormen van verticaal groen, zoals plantenmuren en containergroen. Zijn oordeel is genuanceerd. “Containergroen kan, zeker als het om ruime bakken gaat van een halve meter diep. Mits irrigatie kunnen die systemen jaren meegaan. Plantenmuren daarentegen blijven duur, onderhoudsgevoelig en minder duurzaam in buitenomgevingen. Ik zie daar vooral toekomst in binnentoepassingen, bijvoorbeeld in kantoren.”
Hij ziet wel potentie in mosmuren en zelfs ‘groene beton’. “Mossen hebben nauwelijks substraat nodig en kunnen uitdroging goed verdragen. Je kunt ze zelfs stimuleren door een muur in te smeren met karnemelk – iets wat tuinarchitecten vroeger al wisten. Er bestaat zelfs ‘moss graffiti’, waarbij je een papje van mos en yoghurt op muren smeert.” Groene beton is een ander voorbeeld: door de pH van het bouwmateriaal te verlagen, kan natuurlijke kolonisatie sneller plaatsvinden. “In Delft en Barcelona loopt daar al onderzoek naar. Het is veelbelovend, al moet je oppassen: de beton wordt er wel minder hard door.”

Rol in de klimaatbestendige stad
Hermy ziet een belangrijke toekomst weggelegd voor klimplanten in de klimaatadaptieve stad. “Bomen krijgen het steeds moeilijker, onder meer door droogte en gebrek aan ruimte. We willen steden compacter maken, en dan is er simpelweg minder plaats voor traditioneel groen. Klimplanten nemen nauwelijks grondoppervlak in, maar leveren toch verkoeling en biodiversiteit.”
Klimplanten zijn vaak droogtetoleranter dan bomen, omdat ze dieper wortelen.
Volgens hem zijn klimplanten vaak droogtetoleranter dan bomen, omdat ze dieper wortelen. “Sommige soorten gaan dieper dan tachtig centimeter, tot twintig meter zelfs, zoals wijnstokken. Ze zoeken actief naar water en kunnen zelfs trillingen waarnemen van wegzakkend water. Dat verklaart waarom het beter is om planten niet elke dag een beetje water te geven, maar af en toe veel: zo worden wortels gestimuleerd om dieper te groeien.”
Onderschatte soorten
Op de vraag welke soorten te weinig gebruikt worden, noemt Hermy verrassende voorbeelden. “De inheemse spekwortel (Dioscorea communis) bijvoorbeeld. Die heeft een hartvormig blad, rode bessen in het najaar (niet eetbaar) en een enorme knol onder de grond. Die knol kan tot tien kilo wegen en maakt de soort droogteresistent. In Zuid-Frankrijk worden de jonge scheuten zelfs gegeten als asperges.”
Ook de breedbladige lathyrus verdient meer aandacht, volgens Hermy. “Die wordt maar een meter of drie hoog, heeft prachtige bloemen en er bestaan mooie cultivars in rood en wit. Perfect bruikbaar in kleinere tuinen.” Van de exotische soorten ziet hij potentieel in de Amerikaanse blauweregen (Wisteria frutescens). “Die bloeit later, eind juni, en minder uitbundig, maar daardoor langer. En hij wordt minder fors dan de klassieke soorten, al zijn niet alle cultivars geschikt voor ons klimaat.”
Kritische blik op klimop en op muren zonder vochtbarrières
Klimop blijft een controversiële soort, al nuanceert Hermy dat: “Veel mensen vrezen dat klimop muren aantast, maar dat geldt alleen als muren barsten of openingen vertonen. Klimop kan er ingroeien en dat levert spanningen in de muur op. Oude gebouwen zonder vochtbarrière begroen je beter niet. Opstijgend vocht uit de bodem kan zo beter verdampen. Zijn ze bekleed met een klimplant (bijvoorbeeld de altijdgroene klimop), dan drogen dergelijke muren niet voldoende uit en dat ga je mogelijk ook binnen in het huis merken. In moderne woningen houden klimplanten gevels net droger, omdat ze slagregen tegenhouden. Bovendien heeft klimop veel ecologische voordelen: late bloei, voedsel voor vogels, nestgelegenheid.”
In moderne woningen houden klimplanten gevels net droger, omdat ze slagregen tegenhouden.
Eén boodschap voor de sector
Wat is volgens Hermy de belangrijkste boodschap voor tuin- en landschapsaannemers? Hij hoeft niet lang na te denken:
“Maak veel meer gebruik van klimplanten. Je benut de beperkte ruimte beter, je creëert beleving en draagt bij aan klimaatbestendigheid. En je maakt buitenruimtes gewoon aantrekkelijker.”

Brede toepasbaarheid
Tot slot wijst Hermy nogmaals op de enorme diversiteit. “Er bestaan honderden soorten en cultivars. Voor elke situatie is er wel een geschikte plant: van geurend tot groenblijvend, van sierlijk tot eetbaar. Het aanbod is veel breder dan de meeste mensen beseffen. Als er één les is die ik meegeef: klimplanten kun je bijna overal toepassen, mits je de juiste keuze maakt en het juiste onderhoud voorziet.”
Tips voor de juiste klimhulp
- Stem de levensduur van klimplant en klimhulp op elkaar af. Een roos leeft 50 jaar, een accordeonhulpje hooguit 5 jaar.
- Voorzie altijd voldoende afstand (10 tot 20 centimeter) tussen klimhulp en gevel.
- Gebruik duurzame materialen (roestvrij staal, hout, gecoat staal) die minstens zo lang meegaan als de plant.
- Denk vooruit: hoe snoei of begeleid je de plant over 10 jaar?
Quick wins voor tuinaannemers
- Wip één tegel van 30 op 30 centimeter: genoeg voor wortelruimte van een klimplant met het bladoppervlak van een boom.
- Voorzie bij aanplant meteen irrigatie in de eerste jaren; daarna zijn de meeste soorten zelfredzaam.
- Kies soorten die passen bij de onderhoudscapaciteit van de klant (bijvoorbeeld clematis in plaats van blauweregen als er weinig snoei mogelijk is).
- Gebruik klimplanten strategisch: schaduw in de zomer, zonlicht in de winter (bladverliezende soorten).
Wist je dat …
- klimplanten vaak dieper wortelen dan bomen en daardoor beter bestand zijn tegen droogte?
- klimop in moderne gebouwen muren juist droger houdt door slagregen te weren?
- blauweregen beter beheersbaar blijft als je hem in het eerste jaar ontwindt en later opnieuw begeleidt?
- er meer dan 700 soorten en cultivars beschikbaar zijn: van clematissen en klimrozen tot kiwibes en spekwortel?

Tekst: Manuel Lub
Beeldmateriaal: Martin Hermy

