De modernisering van het zevende jaar tuinaanleg en -onderhoud: specialisatie met nieuwe kansen én nieuwe grenzen
Met de modernisering van het secundair onderwijs verandert vanaf schooljaar 2025-2026 het landschap van het beroepsonderwijs ingrijpend. Vooral in richtingen zoals tuinaanleg en -onderhoud zijn de gevolgen van deze hervorming duidelijk voelbaar. Het traditionele zevende jaar krijgt een nieuwe invulling, waarbij specialisatie centraal staat, maar waarbij tegelijk belangrijke keuzes en grenzen ontstaan voor leerlingen, scholen én bedrijven.
Van diploma naar specialisatie: een fundamentele verschuiving
Een van de opvallendste veranderingen is dat het zevende jaar in de arbeidsmarktfinaliteit niet langer een bijkomend diploma oplevert. Waar leerlingen vroeger automatisch van het zesde BSO naar het zevende jaar gingen om hun diploma secundair onderwijs te behalen, ontvangen ze dat nu al na het zesde jaar in de vorm van Onderwijskwalificatie 3 (SO OK3). Het zevende jaar wordt zo geen diplomajaar meer, maar een jaar van verdieping, praktijk en beroepskwalificaties, zoals Claus Leen, technisch adviseur PTI Kortrijk, het omschrijft. Die verschuiving kent meerdere gevolgen. Het leerplan biedt in het derde jaar groenaanleg- en beheer enkel basisvaardigheden aan, pas in het zevende volgt de specialisatie. Daar het zevende jaar BSO zijn klassieke aantrekkingskracht verliest, zijn scholen genoodzaakt het zevende jaar een nieuwe betekenis te geven. “ Naast scholen dienen ook stageplaatsen bewust te zijn van de structuur van de hervorming en vormen zij een grotere sleutelrol bij het motiveren en stimuleren van leerlingen om alsnog een zevende jaar te volgen”, aldus Brigitte De Baere, directie Tectura Melle. De aanpak bepaalt de spontane instroom.
Een sterk contrast: waar de instroom daalt … en waar ze stijgt
Het meest opvallende voorbeeld komt van De Wijnpers, dat na de hervorming een totaal nieuwe koers uitstippelde – en daarmee een groei van veertig procent ziet in het aantal inschrijvingen.
De Wijnpers: een radicaal vernieuwd zevende jaar dat wérkt
De Wijnpers kiest resoluut: alle zevendejaars gaan voortaan volledig duaal.
Dat betekent:
- Eén dag school versus vier dagen werkplekleren
- doorgedreven focus op arbeidsmarktcompetenties
- extra certificaten (werken op hoogte, graafmachines, verrijkers, knikladers, lassen, elektriciteit en fytolicentie P2)
- Zes projectweken die intensief worden ingevuld om alle attesteringen mogelijk te maken
- buitenlandse stage van twee weken
- een eindwerk waarin leerlingen zelfstandig een tuintje realiseren met al hun aangeleerde competenties
De school investeert zwaar in organisatie, materiaal en begeleiding. Sectororganisaties ondersteunen mee bij attesteringen en apparatuur.
Een succesformule in cijfers én motivatie
“Het vernieuwde model trekt opvallend gemotiveerde leerlingen aan: jongeren kiezen bewust voor dit zevende jaar, niet omdat het moet, maar omdat het iets oplevert!”
Waarom werkt dit zo goed?
- leerlingen leren in een gecontroleerde maar realistische arbeidsmarktcontext
- bedrijven leren hen goed kennen en nemen hen vaak meteen aan
- de wekelijkse schooldag zorgt voor reflectie en ondersteuning
- het diploma OK3 is binnen; dit zevende jaar is puur investering in vakmanschap
- de extra certificaten maken leerlingen uitzonderlijk inzetbaar
“Het vraagt veel van het team, maar het werpt vruchten af. De Wijnpers toont dat investeren in kwaliteit kan leiden tot groei”, verduidelijkt Bart Van den Bosch, algemeen directeur van De Wijnpers te Leuven.
Twee soorten zevende jaren vanaf 2025-2026
Vanaf schooljaar 2025-2026 krijgen leerlingen met een OK3-diploma de keuze tussen twee trajecten:
1. Het zevende jaar gericht op hoger onderwijs (OK4)
Leerlingen die na het BSO willen doorstromen naar een bacheloropleiding aan een hogeschool of universiteit moeten eerst een bijkomend diploma behalen, nl. OK4. Dat halen ze in het vernieuwde zevende jaar gericht op hoger onderwijs, waarin de algemene vorming wordt versterkt om de stap naar het hoger onderwijs haalbaar te maken. Inhoudelijk komt het erop neer dat leerlingen hoofdzakelijk een theoretische opleiding genieten en geen praktijkvakken meer.
2. Het zevende jaar gericht op arbeidsmarkt (behoud van OK3)
Wie na het zesde jaar kiest voor een arbeidsmarktgericht zevende jaar, kan bijkomende beroeps- en deelkwalificaties behalen, maar het oorspronkelijk diploma verandert niet: het blijft een OK3-diploma. Met dit diploma krijgen leerlingen niet langer toegang tot bacheloropleidingen, enkel tot graduaatsopleidingen. Daarmee verliezen ze een belangrijke doorstroommogelijkheid. Dit is de meest ingrijpende breuk met het oude systeem: tot en met schooljaar 2024-2025 gaf ook het zevende jaar arbeidsmarktgerichte BSO nog toegang tot bachelorstudies. Vanaf 2025-2026 is dat niet langer zo.
Onder druk, maar niet kapot: de realiteit in de klas
De hervorming zet de tuinrichtingen onder druk. Door de afschaffing van bepaalde studierichtingen in de derde graad is de instroom kleiner, met soms zeer kleine groepen tot gevolg. Toch zijn er teams die weigeren om aan kwaliteit in te boeten.
Kimara Goethals, Directie LTI Oedelem, verwoordt het scherp:
“De modernisering zorgt voor beperkingen, maar we blijven handelen in het belang van de leerlingen.”
“Ons specialisatiejaar omvat 28 lesuren, waardoor we bewust extra ruimte creëren in de lesweek. Die ruimte wordt goed benut door onze leerlingen, ze kiezen er vaak voor om extra praktijkervaring op te doen bij hun stagebedrijf. Ideaal gezien werken we met een groep van minimum tien leerlingen. Dit schooljaar startten we echter met slechts vier leerlingen in het zevende jaar. Toch kozen we ervoor om het traject te organiseren. We geloven sterk in de meerwaarde van dit specialisatiejaar en in het belang ervan voor de ontwikkeling van onze leerlingen. Mocht het aantal inschrijvingen in de toekomst even beperkt blijven, dan zullen we echter opnieuw moeten bekijken welke keuzes haalbaar zijn.”
Toch klinkt er geen moedeloosheid. Het zevende jaar bewijst volgens Goethals meer dan ooit zijn waarde:
- de begeleiding is intensiever dan in de derde graad
- de aanpak voelt minder schools aan
- leerlingen worden behandeld als jongvolwassenen
- de praktijk is nog realistischer en authentieker
De evaluaties zijn gespreid en sluiten nauw aan bij wat de sector belangrijk vindt. De zelfstandigheid wordt groter: van werkplek tot uitstappen.

Duaal versus regulier: twee heel verschillende realiteiten
De opmars van duaal leren zorgt voor grote verschuivingen. Veel scholen kiezen voor een volledig duaal systeem, vaak ingegeven door efficiëntie en beperkte lesuren. Duale leerlingen zijn doorgaans sterk, gemotiveerd en praktijkgericht. Levensbeschouwende vakken komen hier niet aan bod.
“Voor duaal leren zijn het meestal heel sterke leerlingen die honger hebben naar scholing”, klinkt het in Kortrijk. Reguliere leerlingen hebben daarentegen vaker nood aan tijd, begeleiding en schoolstructuur. In het nieuwe systeem kunnen beiden samenkomen, echter vertraagt de mindere motivatie de gedrevenheid bij de sterkere.
PTI Kortrijk: Duaal leren met sterke focus op vakmanschap en werkplekervaring
Ook bij PTI Kortrijk krijgt het zevende jaar Tuinaanleg en Groenbeheer een uitgesproken praktische invulling. De opleiding is volledig duaal: twee dagen school worden gecombineerd met drie dagen werkplekleren, waardoor leerlingen meteen proeven van het echte werkveld.
Leren door te doen
De opleiding richt zich op het uitvoeren, organiseren en opvolgen van taken binnen tuinaanleg, onderhoud en groenbeheer. Leerlingen leren werken aan de hand van concrete ontwerpen en vertalen plannen naar afgewerkte realisaties in tuinen, parken en publieke groene ruimtes. Het duale karakter zorgt ervoor dat ze een groot deel van hun beroepscompetenties rechtstreeks op de werkvloer ontwikkelen.
Breed inzetbare profielen
Met de beroepskwalificatie Tuinaanlegger-groenbeheerder kunnen afgestudeerden terecht in diverse functies — van tuinaannemer tot groen- en parkbeheerder. Het zwaartepunt van de opleiding ligt op de praktijk, maar PTI Kortrijk vult dat bewust aan met ondersteunende vorming op school.
Zo komen onder meer volgende thema’s aan bod:
- veiligheid, EHBO en relevante wetgeving
- professioneel communiceren
- inzicht in hoe een onderneming functioneert
Deze elementen helpen leerlingen om sterker, zelfverzekerder en professioneler aan hun loopbaan te beginnen.
Meer dan een extra jaar
Het zevende jaar aan PTI Kortrijk is meer dan een aanvulling op de derde graad. Dankzij de combinatie van intensieve werkplekleren, praktijkgerichte schooldagen en een brede professionele omkadering worden leerlingen klaargestoomd voor een directe instap in de groensector — met de juiste technische vaardigheden én een goed begrip van wat het vak vandaag vraagt.
Scholen en bedrijven in een uitdagend evenwicht
De modernisering legt extra druk op alle betrokken partijen. Scholen moeten keuzes maken tussen regulier, duaal of hybride onderwijs, vaak met beperkte middelen. Bedrijven investeren met enthousiasme in leerlingen, maar verwachten een minimum aan zelfstandigheid en professionele houding als ROI.
“Bedrijven investeren in leerlingen, maar als ze nog niet klaar zijn voor de werkvloer, stopt het daar”, klinkt het.
Voor leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn, creëert dat een spanningsveld: de school verwacht dat ze op de werkvloer groeien, de werkvloer verwacht dat de school hen voldoende voorbereidt.
Een richting die zichtbaar is — en gezien wordt
De link met de sector blijft sterk. Tijdens de jaarlijkse opendeurdag, intussen uitgegroeid tot een echt netwerk- en scoutingmoment, komen tuinaannemers doelgericht jong talent ontdekken. Het GIP-project vormt telkens het pronkstuk. De bekende ‘hippe tuintjes’ worden volledig door de leerlingen ontworpen en aangelegd — inclusief leverancierscontacten, materiaalkeuze en branding.
“De meerwaarde is al vaak gebleken. Leerlingen zijn er ongelofelijk trots op”, zegt K. Goethals, Directie LTI Oedelem.
Ook ouders bevestigen dat dit zevende jaar een veilige en noodzakelijke tussenstap vormt richting de arbeidsmarkt. Een extra jaar in een beschermde omgeving, maar met duidelijke sectorfocus, maakt jongeren sterker en arbeidsrijper.

Sociale en emotionele groei blijft essentieel
Uit alle gesprekken blijkt dat technische vaardigheden slechts een deel van het verhaal vormen. Zelfvertrouwen, maturiteit, discipline en sociale vaardigheden bepalen evenzeer het succes van een leerling op de werkvloer. In veel scholen is de samenwerking tussen zesde- en zevendejaars een enorme meerwaarde. Jongeren spiegelen zich aan elkaar, leren van elkaar en groeien in verantwoordelijkheidszin en realiteitszin.
Stem uit de praktijk: ervaring van een werkplekbedrijf
Leerlingen die het zevende jaar doorlopen, komen met meer praktijkkennis en volwassenheid op de werkvloer dan wie rechtstreeks na het 6e jaar instroomt. Zelfstandigheid, routine en handigheid ontbreken dan nog. Het bedrijf roept het onderwijsbeleid op tot meer duaal leren, langere stages en een scherper curriculum dat tuinaanleg en -onderhoud centraal stelt, inclusief een stevige kennis van planten. Al erkent men dat niet elke 16-jarige op die leeftijd al rijp genoeg is om twee tot drie dagen per week te werken. Alleen zo kunnen scholen en bedrijven samen jongeren écht klaarstomen voor het vakmanschap van morgen. – Dhr. P. De Keyser – Tuin & Landschap BV.
Tectura Melle: Duaal leren dat écht aansluit bij de groensector
Tectura Melle pakt de opleiding Tuinaanleg en Groenbeheer doelgericht aan. Het zevende jaar wordt er volledig duaal georganiseerd, met twee dagen school en drie dagen werkplekleren. Binnen dat kader kiest de school bewust voor een sterke praktijkinvulling die perfect aansluit bij wat tuinaannemers vandaag verwachten.
Praktijk als fundament
Op school krijgen leerlingen een stevig pakket praktijkvakken:
- 8 uur tuinaanleg en -onderhoud
- 4 uur machinepraktijk
- Module gewasbescherming voor de fytolicentie P2
- 2 uur ondernemerschap
Vooral dat laatste is een bewuste keuze: veel jongeren starten kort na afstuderen als zelfstandige en hebben dus baat bij een goede basis in administratie, offertes en klantbeheer.
Extra specialisaties
Om hun inzetbaarheid te vergroten, integreert Tectura Melle aanvullende opleidingen in het programma.
Leerlingen behalen onder meer het attest minigraver en volgen metselen in samenwerking met de VDAB. De school wil zo allround-vakmensen vormen, die klaarstaan voor uiteenlopende taken op de werf.
Projectwerk als rode draad
Een sterk onderdeel van het jaar is het projectwerk, geïnspireerd op de Beloftevolle Hovenier.
Elke leerling krijgt een perceel van 4 op 10 meter en werkt een volledige tuin uit: ontwerp, technische plannen, materialenlijst, kostenraming en uitvoering. Doorheen het jaar bouwen ze stap voor stap aan hun project, wat zelfstandigheid en professioneel inzicht stimuleert.
Sectorfeedback en realistische uitdagingen
De school betrekt de sector actief. Ervaren tuinaannemers komen meerdere keren langs om het werk te beoordelen en gerichte feedback te geven. Bovendien bouwen leerlingen mee aan de stand van de school op de Floraliën — een unieke kans om een groot project van binnenuit mee te maken.
Motivatie en doorstroom
De instroom uit het zesde jaar blijft stabiel, al verschilt de motivatie soms per lichting. Net daarom blijft de school inzetten op praktijk, verantwoordelijkheid en échte projecten: de aanpak die jongeren duidelijk het meest inspireert.
Conclusie: een modernisering met dubbele bodem
De modernisering van het zevende jaar Tuinaanleg en -onderhoud brengt duidelijke voordelen:
- meer specialisatie
- sterkere praktijkervaring
- vlotte toegang tot graduaatsopleidingen
- nauwere samenwerking met de sector
Maar de risico’s zijn even reëel:
- motivatieverlies door het wegvallen van het diplomajaar
- beperktere doorstroom voor technisch en creatief sterke leerlingen
- extra druk op jongeren die nog niet arbeidsrijp zijn
- sterk uiteenlopende trajecten tussen duaal en regulier onderwijs
- zeer kleine leerlingengroepen die het voortbestaan van de richting bedreigen

Slotbeschouwing
De modernisering van het zevende jaar Tuinaanleg en -onderhoud is dus geen verhaal van achteruitgang, maar van evolutie — met kansen én kanttekeningen. Net daarom is het zo belangrijk dat scholen, sector en beleid de handen in elkaar blijven slaan om van deze hervorming een echt kwaliteitsverhaal te maken. mDat engagement klinkt ook door in de recente woorden van minister Zuhal Demir tijdens de prijsuitreiking van de Beloftevolle Hovenier 2025: met een bijkomende investering van 55 miljoen euro in technisch onderwijs onderstreept ze dat de hervorming van 2018 niet zomaar zal worden uitgevoerd, maar ook nauwkeurig gemonitord en blijvend versterkt zal worden.
Die boodschap sluit perfect aan bij wat de richting vandaag nodig heeft: vertrouwen, ondersteuning en ruimte om te groeien. Want alleen door blijvend te investeren in goed opgeleide, breed gevormde en zelfzekere jongeren, verzekeren we het vakmanschap en de groene creativiteit van morgen. We danken de directies en coaches van De Wijnpers Leuven, LTI Oedelem, Tectura Melle en PTI Kortrijk voor hun tijd, betrokkenheid en enthousiasme. Hun inzichten tonen hoe sterk het groene onderwijs vandaag in beweging is. Met dit artikel wil Pro4Green dat engagement zichtbaar maken en bevestigen dat wij ook in de toekomst blijvend aandacht zullen hebben voor de ontwikkeling van kwaliteitsvol en eigentijds groen onderwijs.

