Van druppel tot systeem: hoe doordacht riolerings- en regenwaterbeheer de ruggengraat vormt van toekomstbestendige projecten
Riolering is misschien niet het meest zichtbare onderdeel van een groen- of bouwproject, maar wel een van de meest bepalende. Tijdens hun lezing namen Hans Nys en Matthias Van Loock (Deschacht) het publiek mee in de reis van één regendruppel: van dak tot bodem, van afvoer tot hergebruik, van foutgevoelig detail tot robuust systeem. Hun centrale boodschap: wie waterstromen correct scheidt, dimensioneert en integreert, voorkomt niet alleen problemen, maar bouwt aan duurzame kwaliteit.
In een context van strengere regelgeving, extremere neerslag en toenemende controle door overheden wordt riolering opnieuw een ontwerpthema. Niet als sluitstuk, maar als startpunt. Dit artikel bundelt de belangrijkste inzichten en vertaalt ze naar lessen voor ontwerpers, aannemers en groenprofessionals.
Deschacht als bouwprojectpartner
Deschacht profileert zich als meer dan een leverancier van technische bouwmaterialen. Met twaalf vestigingen in België, een uitgebreide engineeringafdeling en gespecialiseerde rekentools wil het bedrijf optreden als ‘bouwprojectpartner’: een one-stop-bouwshop met non-stop technische ondersteuning. Binnen het bedrijf ligt de focus sterk op grond- en rioleringswerken, nutsvoorzieningen, utiliteits- en industriebouw. Niet toevallig, want precies in dat domein nemen complexiteit en foutgevoeligheid snel toe. “Riolering zit onder de grond”, klonk het in de zaal, “en net daarom wordt ze te vaak onderschat.”

Stap één: scheiden van stromen
De basis van elk degelijk rioleringsontwerp ligt bij het correct scheiden van waterstromen. De sprekers verwijzen daarbij naar een aangepaste versie van de ladder van Lansink, uitgebreid met een extra trede: het onderscheid tussen afvalwater (DWA, droogweerafvoer) en regenwater (RWA, regenwaterafvoer).
Binnen DWA wordt een onderscheid gemaakt tussen zwart water (toiletten, urinoirs) en grijs water (keukens, badkamers). Voor beide stromen gelden duidelijke technische richtlijnen voor hellingsgraad, diameter en aansluiting. Voor zwart water is een helling van ongeveer 1,5 tot 2 procent aangewezen, voor grijs water 1 tot 1,5 procent, om een goede doorstroming te verzekeren en verstoppingsrisico te beperken. Afwijkingen vergroten de kans op problemen aanzienlijk. Wat in de praktijk nog te vaak ontbreekt of fout wordt uitgevoerd, is de sifonput. Nochtans vormt die een cruciale extra beveiliging tegen geurhinder: hij zorgt ervoor dat geuren uit het zwartwatertracé niet kunnen doordringen in de leidingen van het grijswatersysteem. Juist die ogenschijnlijk kleine ingrepen bepalen mee de betrouwbaarheid van het totale systeem.
Dimensioneren is meer dan tellen
Een van de meest onderschatte aspecten van rioleringsontwerp is de dimensionering van leidingen. Het aantal toiletten volstaat niet om de juiste diameter te bepalen. De gelijktijdigheid van gebruik is minstens zo belangrijk. Het contrast tussen twee voorbeelden maakt dat duidelijk: tien appartementen met samen twintig toiletten kunnen volstaan met een diameter van 110 millimeter. Een cinemazaal met eveneens twintig toiletten vraagt een diameter van 160 millimeter, omdat alle gebruikers quasi gelijktijdig doorspoelen.

Deschacht ontwikkelde daarom eigen rekentools, die gratis beschikbaar zijn op de website. Door het aantal toestellen, de helling en het gebruikstype in te geven, krijgt de ontwerper onmiddellijk een betrouwbare diameterberekening. “Architecten hoeven geen hydraulisch ingenieur te worden”, klonk het, “maar ze moeten begrijpen waarom een diameter gekozen wordt.”
Deschacht ontwikkelde eigen rekentools, die gratis beschikbaar zijn op de website. Door het aantal toestellen, de helling en het gebruikstype in te geven, krijgt de ontwerper onmiddellijk een betrouwbare diameterberekening.
Klassieke fouten in afvalwater
De lezing stond bol van praktijkvoorbeelden van veelgemaakte fouten. Enkele springen eruit:
· Seriegeschakelde septische putten werken slecht. Biologische processen vereisen één homogeen volume of parallelle putten, geen opeenvolging.
· Nooit verkleinen in diameter. Een leiding van 125 millimeter mag nooit uitmonden in 110 millimeter.
· Toezichtsputten met vlakke bodems veroorzaken bezinking en verstopping. Profielbodems zijn essentieel.
· Bochten van 90 graden zijn te vermijden. Werk met 45 graden-bochten en stromingsprofielen.
Het zijn fouten die zowel in residentiële als industriële projecten blijven opduiken. “En ze kosten later altijd meer om te herstellen dan om ze meteen correct te ontwerpen”, aldus Nijs.
Regenwater: van afvoer naar systeem
Waar afvalwater draait om veiligheid en hygiëne, draait regenwater om kansen. Regenwater wordt niet langer zo snel mogelijk afgevoerd, maar maximaal vastgehouden, hergebruikt en geïnfiltreerd.
Het schema is helder:
· Proper regenwater van daken gaat eerst naar een regenwaterput.
· Hergebruik is verplicht voor buitenkranen, toiletspoelingen en voorbereidende aansluiting voor wasmachines (Gewestelijke hemelwaterverordening, GSVH 2023).
· Overloop moet altijd beveiligd zijn met terugslagkleppen tegen ongedierte en vervuild water.
· Rechtstreekse lozing op straatriolering wordt steeds vaker verboden.
Voor oppervlaktewater van verhardingen gelden strengere eisen. In veel gevallen is voorbehandeling nodig via olie- en benzineafscheiders of nieuwe systemen die zware metalen en microplastics verwijderen.
Infiltreren waar de druppel valt
De nieuwe regelgeving stuurt sterk aan op infiltratie ter plaatse. De standaardoplossing is een wadi van 50 centimeter diep, tenzij met grondwaterpeilingen kan worden aangetoond dat een andere diepte verantwoord is. Maar hier botst theorie vaak op praktijk. Leidingen moeten voldoende dekking hebben, terwijl de wadi ondiep blijft. Dat leidt tot onwerkbare situaties of tot het gebruik van pompen. Deschacht presenteerde een hybride alternatief systeem waarbij een geperforeerde infiltratiebuis onder nulniveau wordt geplaatst. Het regenwater stijgt hydraulisch op in het systeem en infiltreert geleidelijk in bodem en wadi, zonder pompinstallatie. Voorwaarde is wel een grondige risicoanalyse: lage deksels, terugstuwing en overstort moeten correct worden berekend.
“Niet elke infiltratie moet bovengronds”, benadrukte Van Loock. “De regelgeving geeft de voorkeur aan bovengronds, maar ondergronds mag perfect als het technisch verantwoord is.”

Buffers, wadi’s en hybride systemen
Wanneer infiltratie onmogelijk is door hoge grondwaterstand of vervuilde bodem, blijft buffering over. Buffers moeten altijd leeglopen tussen twee regenbuien. Anders verliezen ze hun functie.
Belangrijk onderscheid:
· Regenwaterputten blijven gevuld voor hergebruik.
· Bufferinstallaties moeten leeg kunnen lopen, eventueel met pomp.
Hybride systemen – combinatie van ondergrondse buizen en bovengrondse wadi’s – winnen terrein. Ze bieden flexibiliteit, lagere graafdieptes en een betere kans op vergunning.
Groendaken en waterdoorlatende verharding
Afstroom vermijden is de volgende trede op de ladder. Groendaken bufferen vandaag minimaal 50 liter per vierkante meter (tegenover 35 vroeger). In de vergunning mogen groendaken worden meegeteld, maar slechts voor de helft van hun oppervlakte. Ook waterdoorlatende verhardingen, zoals Drainix-systemen, verminderen de te bufferen volumes aanzienlijk. Ze combineren draagkracht met infiltratiecapaciteit en worden steeds vaker ingezet in publieke en private projecten.

Wetgeving als ontwerpinstrument
De GSVH 2023 bepaalt vandaag:
· 33 liter buffering per vierkante meter aangesloten oppervlakte
· 8 vierkante meter infiltratie per 100 vierkante meter verhard oppervlak
· Groendaken halveren in de berekening
· Waterdoorlatende verhardingen tellen niet mee
Voor industriële toepassingen gelden strengere hergebruikseisen. Ontwerpers moeten deze parameters al in de schetsfase meenemen. “Wie pas bij de vergunningsaanvraag begint te rekenen, is te laat”, waarschuwde Nijs.
De rol van de ontwerper en aannemer
De rode draad doorheen de lezing is duidelijk: riolering is geen uitvoeringsdetail, maar een ontwerpthema. Architecten, hoveniers en aannemers moeten waterstromen begrijpen, niet alleen tekenen. Deschacht ziet zichzelf daarbij als technische partner: met rekentools, engineering, 3D-modellering en begeleiding bij complexe dossiers. Niet om oplossingen op te dringen, maar om fouten te vermijden die later moeilijk te herstellen zijn.
Elke regendruppel die correct wordt opgevangen, hergebruikt en geïnfiltreerd, bewijst dat een project doordacht is.

Water als maatstaf van vakmanschap
Aan het einde van de lezing keerden de sprekers nog eens terug naar de essentie. Elke regendruppel die correct wordt opgevangen, hergebruikt en geïnfiltreerd, bewijst dat een project doordacht is.
“Riolering zie je niet”, klonk het, “maar ze verraadt meteen de kwaliteit van het ontwerp.” In die zin wordt waterbeheer een stille maar onverbiddelijke maatstaf van professioneel vakmanschap.
Tekst: Manuel Lub
Foto’s: Deschacht, Shutterstock

