© Guido Lurquin

Creëer biodiversiteit en beleving met een (zwem)vijver: Guido Lurquin over water als levensbron in de tuin

Droogte, piekregen en het verdwijnen van inheemse soorten dwingen ontwerpers en tuinaannemers om anders naar de tuin te kijken: niet langer als decor, maar als functioneel ecosysteem. Wie een vijver in zijn tuin heeft, weet het meteen: water trekt leven aan. Een plons van een kikker, libellen die boven het water zweven, salamanders die zich verschuilen tussen de planten: het zijn ervaringen die natuur tastbaar maken. Tijdens Meesters in de Tuin 2025 hield Guido Lurquin een bevlogen en tegelijk sterk praktijkgerichte lezing over vijvers en zwemvijvers als hefboom voor biodiversiteit, beleving én klimaatbestendigheid. Zijn boodschap is helder: wie vandaag met water werkt, bouwt mee aan toekomstbestendige tuinen.

Biodiversiteit onder druk

De toestand van het inheemse waterleven is ronduit zorgwekkend. De laatste jaren zijn er extreme weersomstandigheden die natuurwateren zwaar op de proef stellen. 2023 was kurkdroog, met opdrogende poelen en vennen tot gevolg. Het daaropvolgende jaar, 2024, kende overvloedige neerslag, waardoor veel biotopen overstroomden. En 2025 begon opnieuw droog. Voor veel soorten is die wisselwerking rampzalig. Volgens de European Red List van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) staat meer dan de helft van de zoetwaterslakken en schelpdieren in onze streken onder druk, net als veertig procent van de zoetwatervissen, drieëntwintig procent van de amfibieën en zestien procent van de libellen. Zelfs waterplanten ontsnappen niet: acht procent van de soorten is bedreigd.


“Met het inheemse waterleven gaat het momenteel zeker niet goed”, zegt Lurquin. “Een droog jaar kan dramatisch zijn, maar een extreem nat jaar is evenzeer een probleem. Veel waterplassen zijn te afhankelijk van de stand van de grondwatertafel.”

© Guido Lurquin

Vijvertjes hoeven niet groot te zijn, maar ze moeten er wel zijn. Zonder water geen salamanders, geen libellen, geen amfibieën. Elk watertje telt.

Vijvers als nieuwe kansen

De sleutel ligt volgens Lurquin in het aanleggen van kunstmatige maar ecologisch functionele vijvers. Dat kan variëren van een grote zwemvijver tot een ingegraven kuip van zeventig liter. Groot of klein maakt minder uit, zolang er maar voldoende vijvers zijn. “Vijvertjes hoeven niet groot te zijn, maar ze moeten er wel zijn. Zonder water geen salamanders, geen libellen, geen amfibieën. Elk watertje telt.” Een tuinvijver kan worden uitgerust met een degelijke waterdichting in Ethyleen Propyleen Dieen Monomeer (EPDM), een materiaal dat milieuvriendelijk is en tientallen jaren meegaat. Daarmee ontstaat een waterlichaam dat niet afhankelijk is van grillige waterstanden in de natuur en dat permanent kansen biedt aan planten en dieren.

Planten als fundament

Een vijver is pas echt waardevol als hij overwegend met inheemse planten wordt ingericht. Veel soorten zijn in de natuur zeldzaam geworden maar blijken verrassend makkelijk te kweken en goedkoop. Zo is er de zwanenbloem (Butomus umbellatus) met haar zachtroze bloei van mei tot augustus. De krabbenscheer (Stratiotes aloides), ooit algemeen, is vandaag sterk bedreigd maar biologisch bijzonder interessant. Ook genadekruid (Gratiola officinalis), vrijwel verdwenen in de natuur, is volop beschikbaar in de handel.

© Guido Lurquin

“Met deze planten breng je bedreigde soorten terug in de tuinen”, legt Lurquin uit. “Je helpt biodiversiteit vooruit, en tegelijk zijn het sierlijke elementen die een vijver aantrekkelijk maken.” Een plantenvijver met weinig of geen vissen is volgens hem het meest biologisch interessant. Binnen vier jaar kan zo’n vijver uitgroeien tot een topbiotoop, rijk aan soorten en volledig in balans.

Een plantenvijver met weinig of geen vissen is volgens hem het meest biologisch interessant. Binnen vier jaar kan zo’n vijver uitgroeien tot een topbiotoop, rijk aan soorten en volledig in balans.

Dieren als ambassadeurs

Planten vormen de basis, maar dieren maken het verhaal compleet. Lurquin toonde tijdens zijn lezing voorbeelden van zeldzame soorten die in vijvers kunnen opduiken. De grote spinnende watertor (Hydrophilus piceus) bijvoorbeeld, een indrukwekkende kever waarvan de aanwezigheid wijst op een zuiver aquatisch systeem. Of de geelgerande watertor (Dyticus marginalis), beschermd in België. Ook amfibieën vinden snel de weg naar een tuinvijver. De alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is er een bekende gast. Libellenlarven leven soms twee jaar onder water voor ze zich ontwikkelen tot sierlijke luchtacrobaten. Hun aanwezigheid vraagt permanent, schoon en onbevroren water. “Elke nieuwe soort die zich aandient, is een indicator dat het ecosysteem werkt”, aldus Lurquin. “En tegelijk levert het een enorme beleving op voor de tuinbezitter.”

© Guido Lurquin

Elke nieuwe soort die zich aandient, is een indicator dat het ecosysteem werkt en levert tegelijk een enorme beleving op voor de tuinbezitter.

Van mini tot maxi

Vijvers bestaan in alle maten en vormen. Grote plantenvijvers bieden ruimte voor gevarieerde zones en uitgebreide beplanting. Maar ook een mini-vijver kan verrassend rijk zijn. Een al dan niet (half) ingegraven polyethyleen mortelkuip van zeventig liter is al voldoende om waterjuffers en libellen aan te trekken. “Veel kleine waters zijn beter dan één groot”, benadrukt Lurquin. “Elk watertje ontwikkelt een eigen microklimaat en biotoop. Samen zorgen ze voor een lappendeken van biodiversiteit, waarbij soorten zich verspreiden en versterken.”

© Guido Lurquin

Veel kleine waters zijn beter dan één groot. Elk watertje ontwikkelt een eigen microklimaat en biotoop. Samen zorgen ze voor een lappendeken van biodiversiteit, waarbij soorten zich verspreiden en versterken.

Zwemvijvers: natuur en recreatie samen

Een zwemvijver kan meer zijn dan een esthetisch en recreatief element: ook dit type vijver kan een volwaardige biotoop zijn. Voorwaarde is dat de moeraszone voldoende groot is en variatie biedt in dieptes. Daar kunnen waterplanten groeien die niet alleen filteren maar ook habitat vormen voor tal van organismen. Zachte randen en uitloopzones zorgen ervoor dat dieren gemakkelijk in en uit kunnen. Waterlelies brengen kleur en schaduw, terwijl oeverplanten zoals lisdodde of kalmoes bijdragen aan filtering en structuur. “In een zwemvijver deel je het water letterlijk met de natuur”, zegt Lurquin. “Het is een systeem waarin mens en dier elkaar niet uitsluiten, maar versterken.”

Water als klimaatinstrument in de tuin

Een vijver heeft ook een duidelijke impact op het klimaat in de tuin. Water buffert temperaturen, voorkomt extreme hittepieken en houdt vocht langer vast. Vooral in zomers met hittegolven biedt een vijver verkoeling. Daarmee past een vijver perfect in het bredere verhaal van klimaatadaptieve tuinen en landschappen. Ze temperen hittestress, vangen regenwater op en geven er biodiversiteit en esthetiek voor terug.

© Guido Lurquin

Vijvers temperen hittestress, vangen regenwater op en geven er biodiversiteit en esthetiek voor terug.

Beleving voor iedereen

Maar misschien wel de grootste troef van vijvers is de beleving. Een vijver maakt een tuin dynamisch. Er gebeurt altijd iets: libellenlarven die uit het water kruipen, een kikker die zich laat horen, vogels die komen drinken. Het water trekt ook zoogdieren aan, van egels tot vleermuizen. “Een tuin met een vijver(tje) leeft altijd”, zegt Lurquin. “Er is beweging, geluid, kleur. Je haalt de natuur letterlijk dichterbij.”

© Guido Lurquin

Water als levensader

Guido Lurquin eindigt zijn verhaal met een oproep. “Leg vijvers en vijvertjes aan waar het kan. Ze brengen bedreigde planten terug, bieden leefruimte aan dieren en maken de tuin aangenamer voor de mens. Water is de levensader van biodiversiteit én van beleving.”

© Guido Lurquin

Tekst: Manuel Lub
Beeldmateriaal: Guido Lurquin