Waterwijs voor morgen: over circulair watergebruik, collectieve oplossingen en samenwerking tussen sectoren
Tijdens het evenement Meesters in de Tuin 2025 hield Wim Garmyn, projectcoördinator Klimaatadaptief Bouwen bij Embuild Vlaanderen, een bevlogen pleidooi voor een fundamenteel andere manier van omgaan met water. Na afloop van zijn lezing gingen we met hem in gesprek over de urgentie van circulair watergebruik, het belang van collectieve oplossingen en de nood aan betere samenwerking tussen de bouw- en groensector. Met overtuiging én realisme schetst Garmyn de uitdagingen waar we vandaag voor staan, maar ook de kansen die ontstaan wanneer ontwerp, uitvoering en beleid beter op elkaar worden afgestemd. Zijn kernboodschap is helder: “Elk project is anders. We moeten stoppen met copy-paste en beginnen met doordachte, situatiegerichte keuzes.”
Van klimaatdaken tot waterbeheer
Binnen Embuild is Garmyn al jaren actief op het snijvlak van water, klimaat en bouw. Zijn focus verschoof recent: collega’s nemen specifieke waterprojecten over, terwijl hij zich blijft buigen over thema’s zoals groendaken, klimaatdaken en biodiversiteit. Die onderwerpen raken volgens hem rechtstreeks aan het vraagstuk van waterbeheer. “Het gaat er niet alleen om hoe een gebouw er staat, maar hoe het zich verhoudt tot de omgeving. Je kunt pas spreken van duurzaam bouwen als je water, groen en materialen samen bekijkt.”

Water als verplicht nummer én als kans
In de bouwsector is waterbeheer vandaag een verplicht onderdeel van elk project. Stedenbouwkundige verordeningen en vooral de verstrengde hemelwaterverordening maken dat regenwaterputten, buffercapaciteit en infiltratievoorzieningen standaard zijn. Voor Garmyn is dat een goede zaak, maar tegelijk niet voldoende. “We moeten slimmer en wijzer omgaan met water. Het is te kostbaar om het zomaar weg te laten lopen. Het juiste water moet bij de juiste toepassing terechtkomen.”
Hij wijst erop dat in Vlaanderen de druk op waterstanden enorm groot is. “Drinkwater, landbouw en natuur vissen vaak in dezelfde vijver. Letterlijk. Dat maakt ons kwetsbaar. Daarom moeten we hemelwater bufferen, infiltreren en benutten waar mogelijk. Niet alles kan in de riolering of in de bodem verdwijnen.”
Het potentieel van daken
Een van de belangrijkste puzzelstukken ligt volgens Garmyn in het gebruik van daken. Traditioneel zien we die als oppervlakken voor regenwateropvang of zonnepanelen, maar de toekomst vraagt meer. “We willen naar daken die multifunctioneel zijn: waar regenwater tijdelijk gebufferd wordt, waar planten groeien, waar mensen zelfs gebruiksruimte hebben. Water dat valt hoeft niet per se via leidingen naar een tank of toilet. Het kan lokaal gebufferd en verdampt worden. Zo vermijd je piekafvoeren en creëer je groene, aangename ruimtes.”

Grijswater als gamechanger
Hemelwaterputten zijn nuttig, maar schieten tekort bij lange droogte. Precies daarom ziet Garmyn toekomst in grijswater: het hergebruik van licht vervuild huishoudelijk water, zoals douche- en badwater.
“De verhouding tussen watergebruik voor douchen en voor toiletten in residentiële woningen is jaarrond bijna één op één. Dat maakt het bijzonder interessant om douchewater op te vangen en opnieuw in te zetten voor toiletspoeling. Dat water is er elke dag, ongeacht het weer. Het is bijna absurd dat we vandaag nog drinkwater gebruiken om toiletten door te spoelen.”
Niet elk gebouw is hiervoor geschikt. Zo genereren bijvoorbeeld scholen nauwelijks grijswater en al zeker niet in vakantieperiodes. Dat bemoeilijkt biologische zuiveringsprocessen. Het vraagt dus maatwerk. “Daarom zeg ik: er bestaat geen standaardoplossing. Je moet altijd kijken naar de functie van het gebouw en de omgeving. In sommige projecten is het hergebruik van gezuiverd grijswater perfect toepasbaar, in andere minder.”
Regionale verschillen en maatwerk
Ook de bodem- en grondwatersituatie bepaalt welke strategie werkt. In valleigebieden met hoge grondwaterstanden is infiltratie moeilijk of zelfs onmogelijk. “Daar is het absurd om verplicht regenwater te infiltreren. Dat lukt gewoon niet. In zulke gebieden moet je eerder inzetten op hergebruik. Regelgeving moet ruimte laten voor flexibiliteit en maatwerk.” Voor Garmyn is het duidelijk: ‘one size fits all’ werkt niet. Ontwerpers en aannemers moeten de vrijheid krijgen om de juiste oplossing te kiezen op basis van de lokale situatie, de functie van het gebouw en de noden van de gebruikers.

Ontwerpers en aannemers moeten de vrijheid krijgen om de juiste oplossing te kiezen op basis van de lokale situatie, de functie van het gebouw en de noden van de gebruikers.
Samenwerking tussen sectoren
Een rode draad in zijn verhaal is de noodzaak aan samenwerking. Bouwsector, groensector en landschapsarchitecten moeten veel nauwer samenwerken. “Te vaak wordt de groensector pas laat betrokken in een project, wanneer de bodem al verdicht en beschadigd is. Dan moet een groenaannemer aanplanten in slechte omstandigheden, met alle gevolgen van dien. Als je vroeg in het proces samen rond de tafel zit, kun je ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is voor groen, dat de bodemkwaliteit en het waterbeheer kloppen en dat de verschillende werken goed op elkaar worden afgestemd. Dat is cruciaal voor duurzame resultaten.”
Ook beleidsmakers hebben een rol. Green Deals en initiatieven rond natuurinclusief bouwen dragen bij tot bewustwording, maar volgens Garmyn moet er nog veel meer gebeuren om sectoren te verbinden.
Innovatie en betaalbaarheid
Technologisch gezien zijn de oplossingen voor circulair watergebruik geen rocket science, zegt Garmyn. Het gaat om filtratie, actieve kool, uv-desinfectie, leidingsystemen. De grootste uitdaging is betaalbaarheid en schaalbaarheid. Innovatie ligt daarom vooral in het ontwikkelen van slimme, onderhoudsvriendelijke en betaalbare systemen. Hij wijst op projecten zoals de Slimme Straat in Heist-op-den-Berg, waar collectieve regenwateropvang gecombineerd wordt met een distributienet. Zulke concepten tonen volgens hem dat collectieve systemen goedkoper én betrouwbaarder zijn dan een optelsom van individuele installaties.

De rol van beleid en markt
Een drempel is het lage prijsniveau van drinkwater. “Water is eigenlijk te goedkoop. Daardoor ontbreekt vaak de prikkel om alternatieven te overwegen. Bovendien combineren gemeenten soms hun rol als aandeelhouder in drinkwatermaatschappijen met hun verantwoordelijkheid inzake waterbesparing. Dit kan leiden tot uiteenlopende beleidsprioriteiten en zien we nog weinig stimulerende maatregelen rond bijvoorbeeld grijswaterzuivering.”
Toch gelooft Garmyn dat stijgende prijzen, strengere regelgeving en innovatieve projecten de shift zullen versnellen. Vooral bij sociale woningbouw en wijkontwikkelingen moeten volgens hem collectieve systemen de norm worden. “Dat zou een no-brainer moeten zijn. Met meerdere wooneenheden samen hemelwater bufferen en verdelen is logischer dan alles individueel aanpakken.”
Toekomst: 450.000 nieuwe woningen
Een van de grootste uitdagingen ligt in de toekomst: de geplande 450.000 nieuwe woningen tegen 2050. Die zullen vooral in verdichte woonkernen verschijnen. “Dat betekent hogere gebouwen, meer bewoners en dus meer watervraag per vierkante meter voetafdruk. Maar het dakoppervlak voor opvang blijft beperkt. Regenwater alleen zal die vraag nooit kunnen dekken. Grijswater wordt dus onvermijdelijk.”
Volgens Garmyn moeten ontwerpers nu al anticiperen. Zelfs als er nog geen grijswatersysteem geplaatst wordt, is het slim om bij een verbouwing alvast leidingen future-proof te leggen, zodat later eenvoudig kan worden aangesloten. “Een kleine investering op het juiste moment voorkomt dure ingrepen achteraf.”

Eén boodschap
Als we hem vragen naar zijn kernboodschap, hoeft Garmyn niet lang na te denken. “Elk project is anders. Je moet altijd vertrekken van de lokale situatie, de functie van het gebouw, de noden van de bewoners en de kenmerken van de bodem. Kopiëren van een ander project is zinloos. Neem de tijd om vooraf goed te analyseren, en de puzzelstukken vallen vanzelf op hun plaats.”
Quick Wins voor tuinaannemers en ontwerpers
Betrek de groensector vroeg: zorg dat bodemkwaliteit en waterbeheer in de ontwerpfase al mee ingebouwd zijn.
Leg future-proof leidingen bij verbouwingen: zelfs zonder onmiddellijke installatie kan later makkelijk grijswaterzuivering worden ingeschakeld.
Gebruik daken multifunctioneel: voor buffering, vergroening en beleving.
Kies per situatie de juiste oplossing: niet elk project leent zich voor infiltratie; soms is optimaal hergebruik de meest logische weg.
Denk collectief bij wijkontwikkeling: centraal bufferen en verdelen is vaak goedkoper en duurzamer dan individuele installaties.
Tekst: Manuel Lub
Beeldmateriaal: Wim Garmyn

